Tuesday, October 17, 2017

Eerste Beleggingsfonds in CryptoValuta

Vandaag lanceert BitCapital haar beleggingsfonds. Een fonds dat een positie in de 10 grootste Cryptomunten inneemt om vervolgens de ‘buy and hold’ methode te hanteren.

BitCapital oprichter en oud beurshandelaar Eron Pieren zegt: “Het idee van dit fonds is ontstaan nadat ik voor allerlei vrienden Cryptomunten moest aanschaffen omdat zij zelf niet wisten hoe. Met deze lage rente is er behoefte aan alternatieve beleggingen. Doordat ik de blockchain technologie vanaf het eerste moment volg was ik voor velen het logische aanspreekpunt. Beleggen in cryptomunten is een uiterst volatiele aangelegenheid en daarom ook niet zonder enig risico. Beleg met geld dat je kan missen is – zoals bij elke belegging –het advies dat ik geef.’

Voordelen van het participeren in BitCapital is dat BitCapital de risico’s spreidt. Buiten dat BitCap belegt in de 10 grootste munten (in plaats van slechts 1), gebruikt het ook de beste eWallets (ipv slechts 1) en de goedkoopste brokers. Partijen die allemaal al jaren actief zijn in de blockchain technologie.

DEGIRO deelt de voordelen van het uitlenen van aandelen met de belegger

DEGIRO signaleert dat het uitlenen van effecten, als keuze, langzaam ingeburgerd raakt onder particuliere beleggers. Iets wat in de institutionele wereld al gemeengoed is. DEGIRO gaat de voorwaarden verder verbeteren en de inkomsten in de toekomst 50/50 met de klant delen.

Veel beleggingsfondsen, uitgevers van trackers (ETF’s), pensioenaanbieders en buitenlandse banken maken al gebruik van de mogelijkheid om aandelen uit te lenen. In ruil voor de uitgeleende effecten ontvangt de instelling een premie en een onderpand. Dit zijn vooral veilige effecten zoals overheidsobligaties. Het onderpand moet een hogere waarde hebben dan de waarde van de uitgeleende effecten.

Financiële instellingen lenen effecten uit omdat zij daarvoor een premie krijgen en dus inkomsten genereren. Uitlenen van effecten maakt prijsvorming in de markt efficiënter. Deze week gaf een Nederlandse beleggersbank aan de optie ook te gaan bieden. Dit is een positieve ontwikkeling. Men moet zich echter wel realiseren dat de inkomsten uit het uitlenen van effecten gering zijn. Net als de risico’s wanneer dit gedegen gebeurt. Dat DEGIRO gemiddeld 80 procent goedkoper is, komt volgens het bedrijf vooral door de efficiëntere IT omgeving met als gevolg lagere personeelskosten.

Monday, October 16, 2017

Nieuw 'buitenlands' bloed voor ABN AMRO-team dat beursgangen begeleidt

ABN AMRO Equity Capital Markets (ECM) adviseert en begeleidt bedrijven die aandelen transacties doen op de kapitaalmarkten. Bijvoorbeeld door middel van een beursgang maar ook bij plaatsingen van bestaande aandelen. In de Benelux speelt ABN AMRO op dit terrein een leidende rol; de bank was de afgelopen jaren betrokken bij het overgrote deel van alle ECM transacties.

De verwachting naar de nabije toekomst is dat bedrijven de kapitaalmarkt zullen blijven zoeken. Om haar leidende rol verder uit te bouwen heeft ABN AMRO deze zomer een aantal ervaren bankiers aangetrokken. Het gaat om drie Nederlandse bankiers die hiervoor in het buitenland werkten.

Paul Huysmans, afkomstig van Deutsche Bank in Londen, wordt samen met Maarten Blomme verantwoordelijk voor het ECM team. Paul heeft ruim 17 jaar ECM ervaring, bij zowel Deutsche als bij Credit Suisse.

Arthur van Dijk, met eveneens 17 jaar ECM ervaring, wordt executive director in het ECM team. Hij maakt de stap vanuit Macquarie Capital in Hong Kong. Daarvoor werkte hij voor Morgan Stanley in Londen en Azië.

Tot slot is Julie Wakkie deze zomer begonnen als hoofd van ECM Syndicate team. Julie brengt ruim 12 jaar ECM ervaring mee en komt over vanuit Londen waar zij werkte voor Unicredit.

5,4 miljoen werkenden naar lager belastingtarief

Er zijn 5,4 miljoen werkenden waarvan het hoogste belastingtarief volgens het nieuwe regeerakkoord onder Rutte III omlaag zal gaan. Het gaat om 570 duizend personen die in de huidige vierde en hoogste schijf van de inkomstenbelasting vallen en 4,8 miljoen personen in de huidige tweede en derde schijf. Voor de 2,1 miljoen werkenden die (alleen) in de eerste schijf vallen, gaat het belastingtarief licht omhoog. Dit meldt het CBS naar aanleiding van vragen uit diverse media.

Van de werkenden die alleen in de eerste schijf vallen, gaat het tarief omhoog van 36,55 naar 36,93 procent. Ook de werkenden die nu in schijf twee en drie vallen, krijgen de komende jaren te maken met een tarief van 36,93 procent. Het huidige tarief is 40,40 procent. Voor de personen die in de hoogste schijf vallen, wordt het tarief verlaagd van 52,00 naar 49,50 procent. In plaats van vier zijn er voor personen tot de AOW-leeftijd straks twee schijven. Bij de berekeningen is er vanuit gegaan dat iedereen die in 2016 in schijf vier zit straks in de hoogste en tweede schijf valt en dat iedereen in schijf één tot en met drie terechtkomt in de lage eerste schijf.

In 2016 waren er 13,1 miljoen burgers met een belastbaar inkomen uit werk en woning. Daarvan vielen ruim 6,1 miljoen mensen in de eerste schijf van de inkomstenbelasting. Alleen voor de 2,1 miljoen werkenden is op dit moment de tariefsverandering duidelijk. Van de 4 miljoen niet-werkende personen in deze schijf ontvingen 1,8 miljoen pensioen. Deze worden in het huidige stelsel tegen 18,65 procent belast. Uit het regeerakkoord is het nieuwe tarief voor deze groep niet af te leiden.

Circa 6,3 miljoen mensen vielen in de tweede en derde schijf van de huidige inkomstenbelasting. Daarvan ontvingen 1,2 miljoen personen pensioen en werkten bijna 4,8 miljoen. In de vierde en hoogste schijf van de huidige inkomstenbelasting vallen 660 duizend personen, waarvan 570 duizend met werk.


De huidige grens van de vierde schijf ligt bij een belastbaar inkomen van 66 421 euro. De toekomstige grens tussen de twee nieuwe schijven ligt volgens het regeerakkoord bij een belastbaar inkomen van circa 68 600 euro. Als mensen de AOW-leeftijd hebben bereikt, betalen ze niet langer AOW-premie. Voor deze groep zullen er drie schijven komen met het lage tarief zonder AOW-premie in de eerste schijf. De grenzen en tarieven van deze drie schijven zijn nog niet helemaal bekend.

ASN Bank en de Volksbank scoren goed op duurzaamheid

Vorig jaar besloot de Volksbank, waarvan ASN Bank deel uitmaakt, het duurzaamheidsbeleid van ASN Bank over te nemen. Dat past in haar streven om een relevante, positieve bijdrage leveren aan de maatschappij. De afgelopen tijd waardeerden drie onafhankelijke instellingen het duurzaamheidsbeleid van de Volksbank en ASN Bank. Dat leverde de volgende mooie scores op.

Sustainalytics doet wereldwijd onderzoek naar het beleid van bedrijven op het gebied van onder meer duurzaamheid en corporate governance.

Sinds juli 2017 staat de Volksbank bij Sustainalytics op nummer 1 van de 334 geanalyseerde organisaties wereldwijd. De hoge score – 91 – is volgens Sustainalytics onder andere een waardering voor het feit dat de Volksbank het duurzaamheidsbeleid van ASN Bank overneemt.


Het Duitse oekom research waardeert bedrijven wereldwijd op hun duurzame investeringsbeleid. Oekom kende de Volksbank een C+-rating toe. Daarmee behoort de Volksbank tot de drie leiders in de financiële sector (commerciële banken en kapitaalmarkten). Volgens oekom weerspiegelt de score ‘de integratie van duurzame en sociale aspecten in de bedrijfsvoering en het beleid van de Volksbank’.

Friday, October 13, 2017

Banken willen bijdragen aan doelstellingen regeerakkoord

Nederlandse banken willen graag helpen om de ambitieuze doelstellingen van het kabinet op het gebied van klimaat en economie te realiseren. Banken dragen bij aan de financiering van de economie en zijn, evenals de rest van het bedrijfsleven, ready for business. De oprichting van de Nederlandse financierings- en ontwikkelingsinstelling, InvestNL is hierop een goede aanvulling.
‘De aankondiging van een nieuw klimaat- en energieakkoord en de concrete doelstelling van 49 % CO2 reductie in 2030 vormt een belangrijke doorbraak. Door het overheidscommitment op lange termijn wordt het voor banken makkelijker om de energietransitie en vergroening van de economie te financieren’, zegt voorzitter Chris Buijink van de Nederlandse Vereniging van Banken in een eerste reactie. 

Banken denken graag mee over de vraag hoe de doelstellingen op het gebied van klimaat en milieu verder gerealiseerd kunnen worden, bijvoorbeeld het uitwerken van een vorm van gebouw gebonden financiering. De kabinetsplannen sluiten aan bij de ideeën die banken en pensioenfondsen vlak voor de zomer hebben neergelegd in een brief over vergroening van de Nederlandse economie.

Het nieuwe kabinet geeft aan in te zetten op een concurrerend vestigingsklimaat en een gelijk speelveld voor ondernemers met aandacht voor de rol van financiële technologische innovaties (Fintech). Met de aankondiging om de zogenoemde leverage ratio in overeenstemming te brengen met de Europese eisen laat het kabinet zien dat ze een gelijk Europees speelveld voor banken serieus neemt. Om het vestigingsklimaat en een gelijk Europees speelveld verder te versterken zou het kabinet nog eens goed kunnen kijken naar andere nationale koppen op Europese wet en regelgeving. Daarbij is het goed dat er ook gewerkt wordt aan de spoedige voltooiing van de Europese bankenunie.

Uiteraard gaan banken ook over andere maatregelen uit het regeerakkoord waar banken een bijdrage aan kunnen leveren graag het gesprek aan met het nieuwe kabinet.

VEH: belastingen jagen energienota huishoudens op

Huishoudens gaan tussen 2017 en 2019 gemiddeld 200 euro meer aan energiebelastingen betalen. Een deel van deze belastingstijging is al met Prinsjesdag aangekondigd, maar het nieuwe Kabinet doet daar nog een flinke schep boven op. Dit blijkt uit doorrekeningen van Vereniging Eigen Huis.

Vereniging Eigen Huis maakt zich zorgen over de betaalbaarheid van de energienota.  Hogere energiebelastingen zorgen voor een hogere energierekening, maar het is nog volstrekt onduidelijk of de burger hier iets voor terugkrijgt, zoals stimuleringsmaatregelen om het eigen huis energiezuiniger te maken.

Het nieuwe Kabinet wil het belastingstelsel ‘vergroenen’, maar uit het regeerakkoord blijkt vooral dat dit vooral neerkomt op een hogere energienota. Het energiebelastingtarief voor gasgebruik gaat omhoog, terwijl de belastingvermindering voor consumenten afneemt. De optelsom leidt er toe dat de energienota tussen 2017 en 2019 met gemiddeld 200 euro stijgt.

De tarieven voor de Opslag Duurzame Energie (ODE) op gas en elektriciteit zullen de komende jaren flink stijgen. Geld van de ODE is bestemd voor verduurzamingssubsidies. Vooral het bedrijfsleven maakt hier gebruik van. Het is nog volstrekt onduidelijk of en hoe de nieuwe regering huiseigenaren gaat ondersteunen om energie te besparen.                                               

Het lijkt er op dat de huidige salderingsregeling voor het terug leveren van elektriciteit met zonnepanelen al in 2020 wordt vervangen door een andere, versoberde regeling. De terugverdientijd van zonnepanelen wordt hierdoor onzeker. Op dit moment is het onduidelijk voor wie de nieuwe regeling gaat gelden en hoe die er uit ziet. Dat kan een flinke tegenvaller worden voor mensen die hebben geïnvesteerd in zonnepanelen, of die overwegen dat te doen. Afgelopen zomer deed minister Kamp nog de toezegging dat de huidige regeling zou worden verlengd tot 2023.

In 2017 betaalt een gezin met een gemiddeld energieverbruik (3500 kWh elektriciteit en 1500 m3 gas) ongeveer € 570 aan belastingen. De belasting loopt via de energierekening. Volgens het regeerakkoord zal dit bedrag in 2019 oplopen naar ongeveer 770 euro, een stijging van bijna 34%.

Thursday, October 12, 2017

GroenLinks wil opheldering over risico’s bankenstelsel

Er moet snel duidelijkheid komen over het schaduwbancaire stelsel, waarin veelal ondoorzichtige transacties tussen banken plaatsvinden. Deze markt, waarin vele duizenden miljarden euro’s per jaar omgaan, wordt nauwelijks gecontroleerd door toezichthouders, bleek deze week uit een artikel in de Groene Amsterdammer. Kamerlid Bart Snels stelt Kamervragen aan minister Dijsselbloem van Financiën.

Snels: “Er is nog steeds nauwelijks toezicht op deze markt waar banken elkaar enorme bedragen uitlenen maar vaak geen idee hebben welk onderpand van hen is en welk iemand anders. Hoe kan het dat een Europese markt van duizenden miljarden euro’s aan elk financieel toezicht ontsnapt? Hebben we dan niks geleerd van de financiële crisis? Ik wil nu van minister Dijsselbloem weten of we niet een enorm risico lopen op een nieuwe crisis en wat er aan wordt gedaan om dit te voorkomen”.

DNB: Voortvarende aanpak aflossingsvrije hypotheken noodzakelijk

De Nederlandse hypotheekschuld bestaat voor meer dan de helft uit leningen waarop niet regulier wordt afgelost. Het risico bestaat dat huishoudens met dergelijke hypothecaire leningen niet over voldoende financiële middelen beschikken om deze voor of op de einddatum af te lossen.

Kredietverstrekkers dienen klanten actief te wijzen op dit risico en ze te helpen bij het vinden van een passende oplossing. Daarbij is het wenselijk dat zij hun klanten stimuleren het aflossingsvrije deel van de financiering te beperken bijvoorbeeld door de financiële ruimte die ontstaat bij het oversluiten van bestaande leningen tegen een lagere rente, te gebruiken voor extra aflossing. Dit staat in het maandag gepubliceerde Overzicht Financiële Stabiliteit (OFS).

De Nederlandse hypotheekschuld bestaat voor bijna 55 procent uit aflossingsvrije en beleggingshypotheken waarop niet regulier wordt afgelost, maar die aan het eind van de looptijd wel moeten worden afgelost. Deze hypothecaire leningen kunnen fricties veroorzaken, bijvoorbeeld als huishoudens aan het eind van de looptijd ongewild hun huis moeten verkopen. Huishoudens dienen tijdig maatregelen te nemen om dergelijke fricties te voorkomen en kredietverstrekkers dienen hen daarbij actief te helpen door het opstellen van haalbare aflossingsplannen. Daarbij is het wenselijk dat kredietverstrekkers hun klanten stimuleren het aflossingsvrije deel van de financiering - waar mogelijk - te beperken. Zo kan de financiële ruimte die ontstaat als een hypotheek wordt overgesloten tegen een lagere rente, worden gebruikt om extra af te lossen op aflossingsvrije hypotheekschuld of deze om te zetten in een annuïtaire lening. Verschillende kredietverstrekkers hebben reeds beleid ingezet om de meest kwetsbare klanten te helpen.

Wednesday, October 11, 2017

'Beloftevol regeerakkoord, uitwerking bepalend'

De verzekeringssector wil zich de komende vier jaar inzetten voor werkbare hervorming van het pensioenstelsel en de arbeidsmarkt. Overleg met kabinet en maatschappelijke organisaties over de nadere uitwerking van de kabinetsvoornemens is van groot belang. Verzekeraars leveren graag een verdere bijdrage aan het veiligheidsbeleid en innovatie, bijvoorbeeld als het gaat om de ontwikkeling ten aanzien van de zelfrijdende auto.

Dat stelt het Verbond van Verzekeraars in een eerste reactie op het gepresenteerde regeerakkoord Rutte III. Het regeerprogramma zet stappen in de goede richting, maar bij diverse voorstellen moet goed gekeken worden naar de complexiteit en of de gewenste doelen wel gehaald worden. De verzekeringssector heeft vooral oog voor de volgende onderwerpen:

Het kabinet wil kleine werkgevers tegemoet komen en het aannemen van nieuw personeel bevorderen door het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte te collectiviseren. Deze maatregel leidt echter naar verwachting tot minder effectieve re-integratie (doordat er een knip komt in verantwoordelijkheden tussen het eerste en het tweede jaar) en daarmee tot hoger verzuim en dus uiteindelijk ook juist tot hogere lasten voor kleine werkgevers. Dit voorstel moet daarom goed getoetst worden op uitvoerbaarheid. Het Verbond denkt graag mee over alternatieven die kleine werkgevers ontlasten zonder dat maatschappelijk ongewenste schade optreedt. De sector neemt de kabinetsuitnodiging graag aan om in gesprek te gaan over de verzekeringsgraad van zzp’ers inzake arbeidsongeschiktheid.

Het is bijzonder goed nieuws voor de pensioenen van alle Nederlanders dat het kabinet het besluit heeft genomen tot afschaffen van de doorsneepremie. Wel vereist de uitwerking van deze plannen, samen met sociale partners, nog de nodige aandacht. Waarbij vooral de complexiteit van collectieve buffers goed moet worden afgewogen tegen de geringe voordelen ervan die bovendien ook op andere manieren te behalen zijn.

Op dit punt heeft het kabinet ambitieuze voorstellen waarbij het stelsel wordt vereenvoudigd, de lasten op arbeid verlaagd, de belastingdruk op milieuvervuiling verhoogd en tarieven voor het bedrijfsleven concurrerend gemaakt. De verzekeringssector hecht er aan zijn rol als belangrijke financier van economische bedrijvigheid en ten aanzien van individuele vermogensopbouw te blijven spelen. Fiscale maatregelen, zoals het beperken van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting, hebben echter rechtstreekse impact op de solvabiliteit en het aan te houden kapitaal door verzekeraars. Ten aanzien van de afbouw van de hypotheekrenteaftrek waarschuwen verzekeraars voor de effecten op individuele huishoudens en de woningmarkt van al te snelle afbouw van deze aftrek.

In het regeerakkoord wordt terecht veel aandacht besteed aan het belang van een veilige samenleving – onder meer door extra geld vrij te maken voor agenten en cyberveiligheid. Het Verbond is verheugd dat het kabinet de handschoen oppakt om samen met het Verbond en andere (branche)organisaties maatregelen uit het eerder uitgebrachte Verkeersveiligheidsmanifest te realiseren. Het is goed dat het kabinet mensen tegemoet komt door de eigen bijdrage WMO en Wlz te vereenvoudigen, maar deze aanpassing kan nadelige effecten hebben op het goed regelen van letselschade-uitkeringen.

'Afschaffen dividendbelasting scheelt vooral rompslomp'

Het schrappen van de dividendbelasting een van de maatregelen van de overheid. Voor particuliere beleggers in Nederland maakt het echter weinig verschil, zegt Paul Koster van VEB op BNR. Voor bedrijven en particulieren valt er wel veel rompslomp weg, want de dividendbelasting is nu een voorheffing, die later bij de aangifte weer verrekend kan worden met andere belastingen.

Maar er moet nog maar worden afgewacht of deze maatregel niet kan worden weggestreept tegen andere, minder aantrekkelijke, veranderingen die de nieuwe regering voor beleggend Nederland in petto heeft, stelt de VEB-directeur op BNR. De regeling zou in 2019 in moeten gaan en de overheid wil de kosten namelijk compenseren door op andere terreinen de lasten voor het bedrijfsleven te verhogen.

Drie miljoen Nederlanders financieel kwetsbaar

Eén miljoen mannen waren in 2016 niet economisch zelfstandig en daarmee financieel kwetsbaar. Weliswaar had 27 procent van deze mannen betaald werk, ze verdienden echter minder dan het bijstandsniveau. Bijna 2 miljoen vrouwen waren in 2016 financieel kwetsbaar. Van hen had 35 procent een baan. Dit blijkt uit nieuwe analyses van het CBS.

Bijna twee derde van de financieel kwetsbare mannen had een uitkering. Het vaakst was dat een uitkering uit sociale voorzieningen zoals een bijstandsuitkering (28 procent), gevolgd door een arbeidsongeschiktheidsuitkering (21 procent). Financieel kwetsbare vrouwen ontvingen die uitkeringen met respectievelijk 17 procent en 13 procent minder vaak.

Bijna een kwart van de financieel kwetsbare vrouwen had geen inkomen (23 procent). Vrijwel altijd waren dit gehuwde of samenwonende vrouwen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van hun partner.

Nog eens een kwart van de financieel kwetsbare vrouwen werkte als werknemer. Een korte werkweek was de belangrijkste reden dat hun verdiende inkomen niet boven het bijstandsniveau uitkwam. Ook financieel kwetsbare mannelijke werknemers, hadden dikwijls een korte werkweek. Daarnaast kwam het bij mannen relatief vaak voor dat ze een deel van 2016 een uitkering, studiebeurs of helemaal geen inkomen hadden.

Ongeveer één op de tien financieel kwetsbare mannen en vrouwen werkte als zelfstandige. Een verlies of bescheiden winst was (bij degenen onder hen die een substantiële werkweek maakten) meestal de reden voor hun financiële kwetsbaarheid.

Financieel kwetsbare mannen zijn vaak jonger dan 25 jaar, terwijl financieel kwetsbare vrouwen vaker van middelbare leeftijd zijn (35 tot 55 jaar). Jonge mensen die financieel kwetsbaar zijn, hebben dikwijls een kleine baan of een flexbaan die minder goed betaalt. Financieel kwetsbare vrouwen van middelbare leeftijd hebben meestal een kleine baan. Bij financieel kwetsbare mannen van middelbare leeftijd domineren de werkloosheids- en bijstandsuitkeringen.
Van zowel mannen als vrouwen die financieel kwetsbaar zijn is meer dan 30 procent55-plusser. De mannen van 55 jaar of ouder hebben vaak een uitkering, terwijl de vrouwen meestal geen eigen inkomen hebben.

Met de herstellende economie is de financiële kwetsbaarheid bij zowel mannen als bij vrouwen iets teruggelopen. In 2016 was 21 procent van de mannen financieel kwetsbaar, tegen 41 procent van de vrouwen. Twee jaar eerder was dat respectievelijk 23 procent en 43 procent.

Tuesday, October 10, 2017

ABN AMRO: ‘Versnelde afbouw hypotheekrente toomt prijsstijgingen huizen in’

Het nieuwe kabinet kiest een ‘gunstig’ tijdstip voor het versneld afbouwen van de hypotheekrente. “Op het moment dat de woningmarkt tekenen van verhitting begint te vertonen, kan een versnelde afbouw van de hypotheekrente de prijsstijgingen van woningen enigszins intomen”, stelt het Economisch Bureau van ABN AMRO. Daarnaast verwachten de economen dat een nadelig effect op de woonlasten meevalt, omdat de hypotheekrente laag staat. Daarbij is wel de toevoeging dat dit kan veranderen bij een stijgende hypotheekrente. Het Economisch Bureau sluit deze mogelijkheid op de lange termijn niet uit.

Philip Bokeloh, econoom bij ABN AMRO: “Het aantal woningtransacties heeft recordhoogten bereikt. In populaire gebieden is het aantal te koop staande woningen sterk afgenomen en door de woningmarktkrapte stijgen de prijzen fors. Een versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek kan de prijsstijging onderdrukken. Al met al denken wij dat het effect op het prijspeil beperkt is, zeker bij compenserende maatregelen van het kabinet. Bovendien is het effect van een versnelde afbouw op de woonlasten momenteel minder groot. De afgelopen jaren is de hypotheekrente namelijk sterk gedaald. Veel huizenbezitters hebben daar op ingespeeld en betalen minder rente dan voorheen. Daardoor hebben ze óók minder profijt van de renteaftrek. Maar we sluiten niet uit dat de rente in de toekomst weer stijgt. In dat geval lopen de rentelasten weer op voor nieuwe kopers en huizenbezitters waarvan de rentevastlooptijd afloopt, terwijl hun recht op renteaftrek is afgenomen.”

In het conceptregeerakkoord van VVD, CDA D66 en ChristenUnie staat volgens berichtgeving in de media dat de hypotheekrente versneld zal worden afgebouwd. Vanaf 2020 wordt het aftrektarief jaarlijks met 3 procent verlaagd. Na vier aanpassingen zal het maximale aftrektarief in 2023 uitkomen op 37 procent, het laagste marginale tarief van de inkomstenbelasting. Dat is veel sneller dan oorspronkelijk gepland. Eerder zou het maximale aftrektarief door jaarlijkse aanpassingen van een half procent pas in 2042 op 38 procent uitkomen.

Volgens mediaberichten krijgen huizenbezitters compensatie in de vorm van lagere tarieven voor de inkomstenbelastingen. Daarnaast zou het eigenwoningforfait omlaag gaan. “Bij gebrek aan informatie valt op dit moment niet te beoordelen of deze compenserende maatregelen opwegen tegen de voorgenomen verlaging van de hypotheekrenteaftrek. Ook is onduidelijk welke groepen precies worden geraakt. Vooralsnog lijken vooral de hogere inkomensgroepen last te ondervinden van de maatregelen”, aldus Philip Bokeloh.

Geregistreerde beheerders van beleggingsinstellingen moeten meer doen om risico’s op witwassen en terrorismefinanciering te verkleinen

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) maakt zich zorgen over het risico dat van de vergunningplicht vrijgestelde beheerders van beleggingsinstellingen (geregistreerde beheerders) lopen op het mogelijk maken van witwassen en terrorismefinanciering. De AFM heeft deze geregistreerde beheerders gevraagd wat zij doen om te voorkomen dat ze bewust of onbewust betrokken raken bij witwassen of terrorismefinanciering. De uitkomst van deze uitvraag is dat de naleving van toepasselijke wetgeving op een aantal onderdelen verbeterd moet worden om risico’s op witwassen en terrorismefinanciering te verkleinen.

De AFM houdt samen met De Nederlandsche Bank toezicht op de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Sanctiewet 1977. De financiële ondernemingen waar de AFM naar kijkt zijn onder meer beleggingsondernemingen en -instellingen. De AFM heeft eind 2016 een vragenlijst gestuurd aan 223 geregistreerde beheerders. Deze groep is uitgezonderd van een AIFMD-vergunningplicht maar staat wel onder toezicht van de AFM voor wat betreft de regelgeving in de Wwft en de Sanctiewet.

Op basis van de antwoorden die de AFM heeft ontvangen, is duidelijk geworden dat een deel van de geregistreerde beheerders zich beter moet houden aan de regelgeving. De beheerders hebben van de AFM een individuele terugkoppeling ontvangen waarin staat op welke onderdelen zij zich moeten verbeteren. Een belangrijk aandachtspunt voor bijna de helft van de geregistreerde beheerders is het ontbreken van een schriftelijk Wwft- en Sanctiewetbeleid. In dit beleid moeten interne procedures worden vastgelegd, zoals het vaststellen wanneer een cliënt in een bepaalde risicocategorie valt. Verder moet uit dit beleid duidelijk worden welke risico’s de beheerder loopt op betrokkenheid bij witwassen en terrorismefinanciering, en hoe die risico’s beheerst kunnen worden.

Hoewel de meeste geregistreerde beheerders cliëntenonderzoek in de zin van de Wwft doen, voert bijna de helft geen onderzoek uit naar andere zakelijke relaties, zoals bijvoorbeeld de verkoper van vastgoed waarin belegd wordt of de personen achter een start-up waarin wordt geïnvesteerd. Dit is echter wel een vereiste op grond van de Wwft. Opvallend is verder dat een derde van de beheerders bij het cliëntenonderzoek volstaat met het opvragen van een kopie van een geldig legitimatiebewijs, terwijl de wet bepaalt dat de identiteit van de cliënt moet worden vastgesteld aan de hand van documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron. Het opvragen van een kopie is alleen toegestaan als de identiteit van de cliënt of de uiteindelijke belanghebbende (UBO) reeds geverifieerd is door een andere Wwft-instelling, zoals een bank.

Risicolanden en sanctielijsten

Ook heeft de AFM gezien dat een aantal geregistreerde beheerders belegt in risicovolle landen, of cliënten heeft die (bijvoorbeeld via de UBO) een connectie hebben met een risicovol land. Daaronder verstaat de AFM in ieder geval landen die als zodanig zijn aangemerkt door de Financial Action Task Force, die voorkomen in de top 50 van de Corruption Perceptions Index 2015, of landen waaraan internationale sancties zijn opgelegd. Als een beheerder zaken doet waarbij risicolanden betrokken zijn, dan verwacht de AFM dat de geregistreerde beheerder het risico op witwassen of terrorismefinanciering verkleint door bijvoorbeeld passende (extra) procedures.

De verplichting om sanctielijsten te screenen lijkt over het algemeen goed te worden nageleefd: bijna 90% van de geregistreerde beheerders screent cliënten tegen sanctielijsten. Dit is van belang omdat iedere instelling een eigen verantwoordelijkheid heeft in het naleven van de Sanctiewet (en de Wwft). Er mag niet blind gevaren worden op de controle die andere instellingen, zoals Nederlandse banken, al hebben uitgevoerd met betrekking tot een cliënt. Zie in dit verband ook het nieuwsbericht uit september 2016 van de AFM over de naleving van de Wwft door beleggingsondernemingen en de good practices.

De bevindingen van dit onderzoek zijn ook relevant voor vergunninghoudende beheerders van beleggingsinstellingen en beleggingsondernemingen. De AFM raadt deze ondernemingen sterk aan na te gaan of hun beleid en procedures voldoen aan de eisen uit de Wwft en de Sanctiewet. Door de implementatie van de Vierde Anti-witwasrichtlijn (AMLD4) in de Wwft volgend jaar, wordt het expliciet verplicht voor Wwft-instellingen om hun witwas- en terrorismefinanciering-risico’s te identificeren en inzichtelijk te maken. De Wwft-instelling moet vervolgens op basis daarvan maatregelen nemen om deze risico’s te beperken en te beheersen.

De AFM voert momenteel onderzoeken ter plaatse uit bij een aantal geregistreerde beheerders. Hierbij wordt onder meer onderzocht of de aanbevelingen van de AFM hebben geleid tot verbeteringen. In 2018 gaat de AFM onderzoek uitvoeren naar de naleving van de Wwft door beleggingsondernemingen met een vergunning.

Klanten van Belfius en ING hebben geen kaartlezer meer nodig

Klanten van Belfius kunnen voortaan de Itsme-app gebruiken als alternatief voor hun kaartlezer. Eerder integreerde ook ING de nieuwe mogelijk in zijn internet bankieren.

Itsme moet een einde maken aan een hele rij wachtwoorden, gebruikersnamen, tokens of kaartlezers om op verschillende diensten in te loggen.

Naar verwachting zullen de twee andere grootbanken, BNP Paribas Fortis (inclusief Fintro en Hello Bank) en KBC, snel volgen.

Monday, October 9, 2017

VEB vraagt MountainShield opheldering rond conversie VNC-lening

Selwyn Duijvestijn heeft voor zijn beleggingsfonds MountainShield de converteerbare obligatie VNC omgezet in aandelen VNC tegen een koers van 3,50 euro per stuk, terwijl deze aandelen op de beurs 1,20 euro staan. Beleggers vragen zich af wat de beweegredenen kunnen zijn.

Het is deze beleggingsbeslissing die veel vragen oproept bij beleggers die het fonds volgen. De VEB heeft de fondsbeheerder in een brief (link PDF brief VEB) om tekst en uitleg gevraagd.

De Transactie roept vooral vragen op van participanten in Mountainshield omdat de beurskoers van VNC op het moment van converteren slechts circa 1,20 euro bedroeg. De beurswaarde van de aandelen die Mountainshield heeft verkregen bedraagt aldus 412 duizend euro terwijl de waarde van de geconverteerde lening 1,2 miljoen euro bedroeg. Er wordt dus een verlies van circa 800 duizend euro gerealiseerd.

Maar het is ook volstrekt onduidelijk waarom Duijvestijn op zo’n korte termijn kennelijk van mening is veranderd over het bedrijf VNC.

Hypotheek nog dit jaar kan het verschil maken tussen net wel of niet

Huizenkopers die nog dit jaar een hypotheek willen afsluiten moeten zorgen dat ze alle belangrijke documenten voor een snelle aanvraag klaar hebben liggen. Dan kan de hypotheekaanvraag worden ingediend zodra de gewenste woning is gevonden en kan de offerte nog dit jaar worden verstrekt. Als noodzakelijke stukken bij de aanvraag ontbreken, onvolledig of verouderd zijn, ontstaat er direct vertraging. Omdat de hypotheeknormen volgend jaar veranderen kan dat het verschil maken tussen net wel of net niet kunnen kopen.

Woningzoekers die maximaal moeten lenen om een huis te kunnen kopen doen er verstandig aan om nog dit jaar een bindende offerte aan hun geldverstrekker te vragen. Volgend jaar daalt de maximale hypotheek naar 100% van de woningwaarde, dit jaar is dat nog 101%. Bij een woning met een taxatiewaarde van 250.000 euro scheelt dat alleen al 2.500 euro aan leenruimte, die dit jaar nog kan worden gebruikt om een deel van de overdrachtsbelasting, de notariskosten of het hypotheekadvies te betalen.

Voor een snelle verwerking van de hypotheekaanvraag is het van belang dat essentiële documenten in één keer goed en volledig worden aangeleverd. Sommigen daarvan vragen meer tijd en aandacht, zoals de werkgeversverklaring, aangifte inkomstenbelasting van 2016, opgave van een DUO studielening, opgave van schenkingen of leningen en natuurlijk het koopcontract en taxatierapport van de woning. Kopers van nieuwbouwwoningen hebben een lijst van meerwerkkosten nodig en van zzp-ers kan een accountantsverklaring worden verlangd. De bank of hypotheekadviseur heeft een volledige lijst van documenten die de koper op orde moet hebben voor een snelle offerteaanvraag.

In loop van december sluiten de hypotheekloketten bij de meeste geldverstrekkers. Aanvragen die daarna worden ingediend kunnen dan niet meer worden getoetst volgens de normen van 2017, daarvoor gelden dan de normen van 2018. De nieuwe hypotheeknormen worden binnenkort bekend gemaakt. Vereniging Eigen Huis adviseert kopers om samen met hun adviseur na te gaan of de nieuwe hypotheeknormen hun financieringsmogelijkheden volgend jaar beperken en zo nodig een dossier te maken waarin alle stukken zitten die nodig zijn voor een soepele verwerking van de hypotheekaanvraag.

Veel jonge huizenkopers sluiten een maximale hypotheek af omdat ze al vrijwel alle bijkomende kosten uit eigen portemonnee moeten betalen. Dertig procent van de respondenten van de Eigen Huis Marktindicator ervaren de stijgende huizenprijzen daarom als een belemmering om een huis te kunnen kopen. Dat is een toename van 5 procentpunten in een maand tijd. De Eigen Huis Marktindicator is de afgelopen maand met één punt gestegen naar 113 punten. Het consumentenvertrouwen in de woningmarkt ligt daarmee weer op het niveau van mei tot en met juli van dit jaar.

Friday, October 6, 2017

Rente ook bij ABN en Rabobank gehalveerd

ABN AMRO en Rabobank verlagen hun spaarrentes van 0,10 naar 0,05 procent. Zij volgen daarmee het spoor van ING. Die bank halveerde begin deze maand al de rente op direct opvraagbare spaarrekeningen. De rentewijziging gaat in per 10 oktober 2017, die van Rabobank twee dagen later.

'Aantal overstappers zorgverzekering 2018 historisch laag'

910.000 Nederlanders (5,4 procent) zijn van plan om in 2018 over te stappen van zorgverzekering. Dat zijn er 170.000 minder dan vorig jaar, toen nog 6,4 procent van de bevolking voor een andere verzekeraar koos. Het aantal overstappers duikt voor het eerst sinds jaren onder de miljoen en is sinds 2011 niet meer zo laag geweest. Bijna vijftien procent van de verzekerden twijfelt nog op dit moment nog over een overstap. Dat blijkt uit een peiling van ZorgWijzer.nl onder 1763 respondenten.

De oorzaak voor de forse afname van het aantal overstappers kent ZorgWijzer.nl toe aan meerdere onderliggende redenen.

Allereerst stellen veel Nederlanders dat het weinig verschil uitmaakt waar men is verzekerd, omdat de premie toch nauwelijks verandert. DSW verlaagt zijn premie in 2018 bijvoorbeeld met 0,50 euro per maand, en omdat dit meestal geldt als leidraad, is de verwachting dat ook de andere zorgverzekeraars de premie proberen gelijk te houden.

Als de premie bij de verzekeraar niet of slechts beperkt omhoog gaat, is er doorgaans veel minder aanleiding om de polis te vergelijken en eventueel over te stappen. Onder het mom van: ‘de premie verandert toch nauwelijks’, blijft men dan gewoon zitten bij dezelfde verzekeraar.

58,8 procent van de Nederlanders geeft aan tevreden te zijn over de huidige polis en daarom niet op zoek te zijn naar een andere verzekeraar of verzekering. 49,3 procent van de Nederlanders heeft bovendien weinig vertrouwen in een andere verzekeraar.

Tot slot kan ook een chronische ziekte een rol spelen in de keuze om niet over te stappen.

Van de 5,4 procent die wel van plan is om over te stappen van zorgverzekering, bracht ZorgWijzer.nl tevens de vier belangrijkste redenen in kaart. Een te hoge premie blijkt nog altijd de belangrijkste motivator om over te stappen van zorgverzekering: dit speelt bij 61,1 procent van de Nederlanders. Ook de veranderende zorgbehoefte (44,2 procent) en ontevredenheid over de dekkingsgraad (38,9 procent) spelen een grote rol.Tot slot kan de matige klantenservice bij een verzekeraar reden zijn voor een overstap (29,5 procent).

Overstappen van zorgverzekering is mogelijk in de laatste twee maanden van het jaar, zodra de zorgverzekeraars hun premies en polisvoorwaarden voor het nieuwe verzekeringsjaar bekend maken.

Voor de basisverzekering geldt dat de verzekeraar verplicht is de overstap van een aspirant-verzekerde te accepteren. Voor aanvullende verzekeringen kan er een medische acceptatieprocedure van toepassing zijn.

AFM legt R.S. Tewarie Financiële Diensten last onder dwangsom op

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 6 september 2017 een last onder dwangsom opgelegd aan R.S. Tewarie Financiële Diensten B.V. (Tewarie). Tewarie voldoet niet aan (herhaalde) informatieverzoeken van de AFM. De AFM heeft deze informatie nodig om vast te kunnen stellen of Tewarie zich houdt aan de wettelijke eisen.

Tewarie heeft een adviesvergunning voor de productgroepen Hypothecair krediet, Vermogen, Inkomensverzekeringen, Schadeverzekeringen Zakelijk, Schadeverzekeringen Particulier en Zorgverzekeringen.  Zij moet voldoen aan de vakbekwaamheidseisen zoals bepaald in art. 4:9, tweede lid, Wet op het financieel toezicht, en artikel 6, onder b, van het Besluit Gedragstoezicht financiële onderneming Wft. De AFM heeft onder meer gevraagd om kopieën van de geldige diploma’s van alle adviserende medewerkers per product/dienstcombinatie waarin wordt geadviseerd namens de onderneming om vast te kunnen stellen of voldaan wordt aan de wet- en regelgeving. Tewarie heeft de gevraagde informatie niet binnen de gestelde termijn geleverd.

Sinds 20 september 2017 is Tewarie daarom verplicht een dwangsom te betalen van €5.000 per dag. Op 25 september heeft Tewarie alsnog op het informatieverzoek gereageerd. Iedere dag dat Tewarie niet aan de opgelegde last voldeed, liep de dwangsom op met €5.000 tot een maximum van €50.000.

Thursday, October 5, 2017

Uitvoering pensioenregeling AFM naar De Nationale APF

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft besloten om per 1 januari 2018 de uitvoering van haar pensioenregeling over te brengen van Pensioenfonds AFM naar De Nationale APF. De Nationale APF is geselecteerd door middel van een Europese aanbestedingsprocedure.

Huidige uitvoerder Pensioenfonds AFM is een klein fonds met relatief hoge uitvoeringskosten. Met het aansluiten bij De Nationale APF realiseert AFM lagere uitvoeringskosten en een meer solide pensioenuitvoering. De AFM krijgt een 'single-client kring' dat wil zeggen dat het beleid en vermogen wordt afgescheiden van de overige klanten.

Toenemende klimaatrisico’s vragen om meer aandacht van de financiële sector

Financiële instellingen moeten in toenemende mate rekening houden met de risico’s die gepaard gaan met klimaatverandering en de overgang naar een klimaatneutrale economie. In een nieuw rapport focust DNB op de impact van klimaatrisico’s op de Nederlandse financiële sector. Deze impact is veelzijdig, zo blijkt uit een viertal deelonderzoeken, en dient zich steeds nadrukkelijker aan. DNB gaat klimaatrisico’s daarom steviger verankeren in haar toezicht met als uiteindelijke doel het bewerkstelligen van duurzame financiële stabiliteit.          

Het rapport gaat onder meer in op de gevolgen van klimaatverandering, zoals een toename van extreem weer en zeespiegelstijging. Schade als gevolg van storm, hagel en regen is in Nederland meestal verzekerd en heeft daarmee een directe impact op verzekeraars. Grootschalige overstromingen zijn vaak onverzekerd, maar kunnen desalniettemin via verschillende kanalen impact hebben op de bezittingen van financiële instellingen. Daarnaast gaat het rapport in op de gevolgen van de afspraken in het Verdrag van Parijs om de uitstoot van CO2 te beperken. Hierdoor loopt de financiële sector risico’s, onder andere door transitiebeleid en technologische ontwikkelingen. Ook zien we dat de markt voor groene financiële producten zich ontwikkelt, wat zowel kansen als risico’s met zich meebrengt.

Fraudebeleid keurmerkverzekeraars is goed

Alle 39 verzekeraars die in het bezit zijn van het Keurmerk Klantgericht Verzekeren voldoen aan de eisen van de fraudenorm. Twintig verzekeraars halen de maximale score van twee punten, zeventien komen uit op een voldoende (1,5 punt) en twee keurmerkhouders krijgen een minimale score van 1 punt.

Dat blijkt uit een thema-onderzoek van de Stichting toetsing verzekeraars. Volgens directeur Ron van Kesteren een goede zaak. “Fraudepreventie en bestrijding dragen er immers aan bij dat fraudeurs minder kans van slagen hebben.” De Stv heeft een aantal hoofdvragen onderzocht: voert de keurmerkhouder een actief fraudebeleid? Is de informatie over het fraudebeleid goed te vinden op de website? Heeft de keurmerkhouder een fraudecoördinator met een functieomschrijving? En is die coördinator ingeschreven in het Register Coördinator Fraudebeheersing?

Alle resultaten van het onderzoek vormen een benchmark zodat de keurmerkhouders zichzelf kunnen vergelijken. De gemiddelde score komt uit op 73 procent. “Een goede score”, oordeelt Van Kesteren, maar hij ziet wel veel variatie. “De hoogst scorende verzekeraar heeft 93 procent, terwijl de laagst scorende uitkomt op 52 procent. In totaal scoren zeven verzekeraars onder de zestig procent en zij moeten meer doen om fraude te voorkomen en te bestrijden.”

In het onderzoek worden ook de nodige verbetersuggesties gedaan, die soms bijna kinderlijk eenvoudig zijn. “Zo staat op aanvraagformulieren, zowel op papier als op de website, de slotverklaring meestal onderaan. Volgens de Stv kan deze slotverklaring, waarmee de klant aangeeft dat hij het formulier naar waarheid heeft ingevuld, echter beter bovenaan staan, omdat daar een meer preventieve werking vanuit gaat.

Daarnaast houdt de stichting een pleidooi voor een uniforme registratie van incidentonderzoeken. “Alle verzekeraars die lid zijn van het Verbond melden hun incidentonderzoeken in principe bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit. Maar niet alle verzekeraars hanteren dezelfde maatstaven om dergelijke onderzoeken te melden en dat komt een goede overkoepelende registratie niet ten goede. Wij roepen verzekeraars daarom op om incidentonderzoeken altijd bij het CBV te melden”, besluit Van Kesteren.

Wednesday, October 4, 2017

Vermogend Nederland eet het liefst gewoon Hollandse kost

Nederland is een van de meest welvarende landen in de wereld. Toch zijn er ook in Nederland huishoudens met een aanzienlijk groter vermogen dan de gemiddelde Nederlander. Een groot onderzoek onder vermogende (> 500.000 euro vrij vermogen) en niet vermogende Nederlanders, geeft een verfrissende kijk in het leven van de rijkere huishoudens. Het onderzoek zoomt in op hun levensstijl, mediagebruik, wonen, zorg, financiën et cetera en is uitgevoerd door onderzoeksbureau GfK in opdracht van ABN AMRO MeesPierson.

Wat opvalt is dat het vergaarde kapitaal bij vermogenden vooral komt uit de eigen onderneming. Slechts 20% is in loondienst momenteel, tegenover bijna 60% van de niet vermogenden. Een derde is nu nog steeds actief als ondernemer en 40% werkt niet meer.

Veel meer dan gemiddeld hebben vermogende hun geld belegd en/of geïnvesteerd in vastgoed, bedrijven of duurzame initiatieven. Van de beleggers belegt bijna 60% duurzaam om een bijdrage te leveren aan een betere wereld. Overigens doneert 75% van de vermogenden aan goede doelen, wat overigens wel maar net hoger ligt dan hoeveel procent van de Nederlanders doneert (70%).
Een andere uitkomst die de aandacht trekt is dat 16% van de vermogenden hun vermogen volledig geheim houdt, niemand is hiervan op de hoogte. Dat zullen overigens niet de mensen zijn met een tweede huis. Zo heeft 18% een tweede huis in het buitenland. Favoriete land is Frankrijk, op de voet gevolgd door Spanje.

Vermogenden werken gemiddeld verder meer uur per week (37 uur vs 33 uur), gebruiken minder vaak social media (behalve LinkedIn, 47% vs 36%) en kijken op tv dubbel zo vaak naar nieuwsrubrieken (38% vs 19%). 

Het belangrijkste voordeel van het hebben van (veel) geld is dat dit hen financiële onafhankelijkheid en daarmee een gevoel van vrijheid geeft. Vermogenden geven het leven -wellicht om die reden- in ieder geval wel een hoger cijfer, namelijk een 8. Terwijl de gemiddelde Nederlander zijn of haar leven beoordeeld met een 7,1. Tevens brengt het hebben van geld ook een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee, wat behoorlijk wat mensen ervaren als een nadeel.

Wat ook interessant is om te zien is dat vermogende mensen op veel gebieden dan ook weer niet heel erg van de gemiddelde Nederlander verschillen. Er vinden niet meer of minder scheidingen plaats, bijna net zoveel mensen geven dus aan goede doelen en zo blijkt dat fitness is de belangrijkste sportbeoefening is.

Stichting Registratie Leed sleept BKR voor rechter

De nieuwe Stichting Registratie Leed bindt de strijd aan met het Bureau Krediet Registratie (BKR) in Tiel. De stichting wil namens gedupeerden die vanwege een oude of kleine betalingsachterstand op de zwarte lijst van het BKR staan en daarom geen hypotheek kunnen krijgen, een collectieve rechtszaak aanspannen om hun negatieve registratie te laten verwijderen.

Ook zal de stichting het BKR aansprakelijk stellen voor de schade die mensen hebben geleden. Bijvoorbeeld omdat ze vanwege een onredelijke of onterechte registratie hun nieuwe huis niet konden kopen of niet konden meeprofiteren van de lage hypotheekrente. Registratie Leed schaart zich daarmee in een rij van stichtingen waarmee consumenten grote bedrijven aanpakken, zoals Verliespolis, die strijdt tegen woekerpolissen, en Hypotheekleed, die gedupeerden van de failliete DSB Bank bijstond.

Op dit moment hebben ruim 700.000 Nederlanders een negatieve registratie wegens betalingsachterstanden bij het BKR. Bij sommigen gaat het slechts om een schuld van een paar honderd euro bij een kredietverstrekker, postorderbedrijf of telecomaanbieder van jaren geleden. Dat kan grote gevolgen hebben. Hoewel die mensen weer financieel gezond zijn, kunnen ze vanwege deze registratie geen nieuwe hypotheek of lening afsluiten en bijvoorbeeld geen nieuw huis kopen, zo bleek onlangs uit onderzoek van NRC.

Op basis van een arrest van de Hoge Raad uit 2011 zijn kredietverstrekkers verplicht een belangenafweging te maken als iemand vraagt zijn negatieve registratie bij het BKR te laten verwijderen. Als iemand financieel gezond is en de oude schuld niet opweegt tegen de gevolgen, kan de registratie verwijderd worden. Het BKR heeft begin dit jaar echter zijn algemeen reglement aangepast, waardoor dit in de praktijk niet meer mogelijk is. Sindsdien moeten mensen een dure rechtszaak aanspannen. Volgens de stichting schendt het BKR daarmee de wet. Door een collectieve rechtszaak aan te spannen, hoeft niet elke gedupeerde zelf naar de rechter te stappen. Als de stichting de rechtszaak wint, kan ieder lid op basis van deze uitspraak een verzoek indienen om zijn registratie te laten verwijderen.

De Stichting Registratie Leed is een initiatief van juridisch dienstverlener Dynamiet Nederland en bestaat uit een team van vrijwilligers, dat al jaren strijd voert tegen de praktijken van het BKR. ,,Sinds het BKR de nieuwe regels heeft ingevoerd hebben we al 46 rechtszaken moeten aanspannen. Tot nu toe hebben we alle zaken gewonnen, waarbij het vaak ging om kleine of oude betalingsachterstanden met grote gevolgen,” stelt initiatiefnemer Deepak Thakoerdien van Registratie Leed.
Last updated: 16 Oct, 2017 09:26